Scrabble spelregels
Alles wat je nodig hebt om direct te kunnen spelen — en de regels waar aan tafel het vaakst discussie over is.
De opzet
Scrabble speel je met 2 tot 4 spelers. Het Nederlandse spel bevat 102 stenen: 100 letters en 2 blanco jokers. Elke speler trekt 7 stenen en zet die op zijn plankje. Wie de letter trekt die het dichtst bij de A zit, mag beginnen (een blanco telt daarbij als beste trek).
Een beurt spelen
In je beurt doe je één van deze drie dingen:
- Een woord leggen — horizontaal of verticaal, aansluitend op wat er al ligt (het eerste woord moet over het middenvak).
- Ruilen — lever 1 tot 7 stenen in en trek er evenveel terug. Je beurt is dan voorbij en je scoort 0 punten. Ruilen mag alleen zolang er nog minstens 7 stenen in de pot zitten.
- Passen — niets doen. Passen alle spelers twee keer achter elkaar, dan eindigt het spel.
Na het leggen vul je je plankje weer aan tot 7 stenen. Alle nieuwe woorden die door jouw zet ontstaan — ook de kruisende — moeten geldig zijn en tellen mee in je score.
Punten tellen
Elke letter heeft een waarde (zie de puntenteller voor het overzicht). Daarbovenop komen de gekleurde bonusvakken:
- Lichtblauw: letterwaarde ×2 · donkerblauw: letterwaarde ×3
- Roze: woordwaarde ×2 · rood: woordwaarde ×3
Eerst tel je de letters (met letterbonussen), daarna pas de woordbonussen. Een bonusvak telt alleen in de beurt waarin het voor het eerst bedekt wordt. Leg je al je 7 stenen in één beurt, dan krijg je 50 bonuspunten — in het Engels een "bingo" genoemd.
De blanco steen
Een blanco (joker) mag elke letter voorstellen. Je zegt bij het leggen welke letter het is en dat blijft zo voor de rest van het spel. De blanco is altijd 0 punten waard — maar een woordbonus eronder telt gewoon mee.
Welke woorden mogen?
Toegestaan zijn zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en hun verbogen vormen, zoals ze in het afgesproken woordenboek staan. Niet toegestaan: eigennamen, afkortingen, woorden met een apostrof of koppelteken. Woorden met accenten speel je zonder accent. Twijfel? Check het snel met onze woordchecker. Een speler mag een gelegd woord aanvechten vóór de volgende beurt; blijkt het ongeldig, dan neemt de legger zijn stenen terug en scoort 0.
Einde van het spel
Het spel eindigt wanneer de pot leeg is en één speler al zijn stenen heeft opgemaakt, of wanneer iedereen twee keer achter elkaar past. Spelers trekken de waarde van hun overgebleven stenen van hun score af; de speler die uitging krijgt de som van ieders resterende stenen erbij. De hoogste score wint.
Klaar om te oefenen? Gebruik de woordzoeker of lees onze strategietips.